fauna en flora
Op dit moment bestaat ongeveer 11% van het landoppervlak uit bos.
Langs de kust van de Noordzee, het Skagerrak en aan de zuidkant van het Kattegat vinden we bossen met (aangeplante) dennen en sparren. Dezen werden aangeplant om vertuiving van de duinen te voorkomen.
Door de ontbossing zijn bijna alle eikenbossen verdwenen. Berkenbossen komen nog wél voor en de groene beuk is de nationale boom van Denemarken. In Jutland bevindt zich het grootste, voornamelijk uit naaldbomen bestaande Deense woud. Veel voorkomende bomen zijn olmen, hazelaars, esdoorns, grove dennen, berken, espen, lindes en kastanjes.
In Noord-Jutland komen uitgestrekte heidevelden voor.
In het noorden en noordwesten van Jutland ontstonden als gevolg van de slechte afwatering uitgestrekte hoogveenmoerassen.Aan de kust komt de bijzondere roze-witte strandroos voor. De nationale bloem is de margriet.
De wildstand in Denemarken is in de 20e eeuw sterk teruggelopen.
Voornamelijk in wildparken leven reeën, edelherten en de ingevoerde damherten en sikaherten. In de heide- en duingebieden leven vele hazen, konijnen, patrijzen en fazanten. Kleine rovers als de marter, das, otter en vos komen nog steeds voor maar hun aantal verminderd elk jaar. Met name de otter wordt sterk bedreigd. Van de zeeroofdieren komt naast de gewone zeehond de grijze zeehond voor. In de kustwateren zijn regelmatig bruinvissen en tuimelaars te zien. Van de vleermuizen zijn er alleen gladneuzen.In de rivieren en beken kan gevist worden naar o.a. forel, sneep, baars en snoek.
Zeevissers vangen veel kabeljauw, geep, zeeforel, koolvis, griet en haring.Er komen ongeveer 350 soorten vogels voor in Denemarken. Veel voorkomende vogels zijn, behalve de vele soorten kustvogels en steltlopers, de raaf, zeearend, patrijs, fazant en eend. Het aantal ooievaars is in de loop der jaren sterk afgenomen. De nationale vogel is de zwaan.Er zijn 68 soorten inheemse vlinders te zien in Denemarken.
En verder komen er 11 soorten kikkers en padden voor.
Langs de kust van de Noordzee, het Skagerrak en aan de zuidkant van het Kattegat vinden we bossen met (aangeplante) dennen en sparren. Dezen werden aangeplant om vertuiving van de duinen te voorkomen.
Door de ontbossing zijn bijna alle eikenbossen verdwenen. Berkenbossen komen nog wél voor en de groene beuk is de nationale boom van Denemarken. In Jutland bevindt zich het grootste, voornamelijk uit naaldbomen bestaande Deense woud. Veel voorkomende bomen zijn olmen, hazelaars, esdoorns, grove dennen, berken, espen, lindes en kastanjes.
In Noord-Jutland komen uitgestrekte heidevelden voor.
In het noorden en noordwesten van Jutland ontstonden als gevolg van de slechte afwatering uitgestrekte hoogveenmoerassen.Aan de kust komt de bijzondere roze-witte strandroos voor. De nationale bloem is de margriet.
De wildstand in Denemarken is in de 20e eeuw sterk teruggelopen.
Voornamelijk in wildparken leven reeën, edelherten en de ingevoerde damherten en sikaherten. In de heide- en duingebieden leven vele hazen, konijnen, patrijzen en fazanten. Kleine rovers als de marter, das, otter en vos komen nog steeds voor maar hun aantal verminderd elk jaar. Met name de otter wordt sterk bedreigd. Van de zeeroofdieren komt naast de gewone zeehond de grijze zeehond voor. In de kustwateren zijn regelmatig bruinvissen en tuimelaars te zien. Van de vleermuizen zijn er alleen gladneuzen.In de rivieren en beken kan gevist worden naar o.a. forel, sneep, baars en snoek.
Zeevissers vangen veel kabeljauw, geep, zeeforel, koolvis, griet en haring.Er komen ongeveer 350 soorten vogels voor in Denemarken. Veel voorkomende vogels zijn, behalve de vele soorten kustvogels en steltlopers, de raaf, zeearend, patrijs, fazant en eend. Het aantal ooievaars is in de loop der jaren sterk afgenomen. De nationale vogel is de zwaan.Er zijn 68 soorten inheemse vlinders te zien in Denemarken.
En verder komen er 11 soorten kikkers en padden voor.
